In BizBloqs scan je het serienummer op het moment dat het apparaat het magazijn binnenkomt, en opnieuw bij het picken voor een order. Het WMS koppelt dat nummer aan de locatie, de order en de klant. Veel fabrikanten zetten het serienummer in een GS1 DataMatrix-code; daarin staat het achter de toepassingsidentificatie (21). BizBloqs leest die codes, ook als er meerdere serienummers in één code staan, zoals bij een omdoos met tien apparaten.
In BizBloqs scant de medewerker aan de inpaktafel wat er in de doos gaat. Klopt het artikel niet met de order, dan ziet hij dat op de scanner voordat de doos dichtgaat. Per klant kun je ook eigen documenten bij de zending meegeven, zoals een pakbon in het formaat dat een installateur wil.
Bij het inpakken koppelt BizBloqs het batchnummer aan de order. Meldt een fabrikant een fout in een partij, dan zoek je die batch op en zie je welke orders hem bevatten, en dus welke klanten je moet informeren. De rest van de partij blokkeer je, zodat hij niet meer wordt gepickt. Die batchblokkade zit standaard in het WMS.
Breekbare of zware dozen kun je een eigen eigenschap geven. Het WMS gebruikt artikeleigenschappen zoals gewicht en breekbaarheid om de pickvolgorde te bepalen, zodat een monitor niet onder een doos voedingen belandt. De medewerker volgt de opdracht op de scanner, in een van de zes scannertalen.