Voorraad en voorraadbeheer

Voorraadbeheer is het werk van weten wat je hebt, waar het ligt en hoeveel je straks nodig hebt. De begrippen hieronder beschrijven drie lagen van dat werk: de identiteit van de goederen (een SKU, een lot- of serienummer, een houdbaarheidsdatum), de regels die bepalen welke voorraad als eerste vertrekt (FIFO, FEFO) en de controles die de administratie kloppend houden (voorraadtelling en cyclisch tellen).

Daarbovenop komen de planningsbegrippen: hoeveel veiligheidsvoorraad je aanhoudt tegen onzekerheid, bij welk niveau je bijbestelt en wat je doet met voorraad die niet meer verkoopt (dode voorraad) of nog niet geleverd kan worden (een backorder). Cijfers die laten zien hoe goed dit werkt, zoals omloopsnelheid en nauwkeurigheid, staan onder Meetwaarden en kpi's.

Begrippen in dit onderwerp

ABC-analyse — ABC analysis

ABC-analyse simpel uitgelegd: producten rangschikken naar belang en indelen in A, B en C. Zo gebruik je het, met een voorbeeld.

Backorder

Backorder simpel uitgelegd: een bestelling voor iets wat niet op voorraad is, nu aangenomen en later verstuurd. Wanneer het werkt en wanneer niet.

Batchnummer

Batchnummer simpel uitgelegd: de code die de ene levering van een product van de andere onderscheidt, zodat een probleem alleen de juiste dozen raakt.

Bestelpunt — reorder point

Bestelpunt simpel uitgelegd: het voorraadniveau waarop je de volgende bestelling plaatst, zodat de levering er is vóór het schap leeg is. Met voorbeeld.

Cyclisch tellen — cycle count

Cyclisch tellen simpel uitgelegd: elke dag of week een paar locaties tellen in plaats van alles één keer per jaar. Een eenvoudig plan, met voorbeeld.

Dode voorraad

Dode voorraad simpel uitgelegd: artikelen die al lang niet verkocht zijn en waarschijnlijk ook niet meer gaan. Zo spoor je ze op en wat je ermee doet.

FEFO — First Expired, First Out

FEFO simpel uitgelegd: verstuur de voorraad die het eerst verloopt, niet de voorraad die het eerst binnenkwam. Minder weggooien, sneller terugroepen.

FIFO — First In, First Out

FIFO simpel uitgelegd: je oudste voorraad gaat het eerst weg. Wanneer de regel werkt, wanneer niet, en het verschil met FEFO. Met voorbeeld.

Houdbaarheidsdatum

Houdbaarheidsdatum simpel uitgelegd: THT versus TGT, wat elk betekent in een magazijn en waarom de datum bepaalt wat eerst de deur uitgaat.

Lotnummer

Ook wel batchnummer: de code die de ene levering van een product van de andere onderscheidt. Het korte antwoord; de uitleg staat bij batchnummer.

Serienummer

Serienummer simpel uitgelegd: de code van precies één exemplaar, zodat je dat ene artikel kunt terugvinden voor reparatie, garantie of terugroepactie.

SKU — Stock Keeping Unit

SKU simpel uitgelegd: de code die je geeft aan elk product, elke maat en kleur, zodat voorraad, prijzen en schaplocaties te volgen zijn. Met voorbeeld.

Veiligheidsvoorraad — safety stock

Veiligheidsvoorraad simpel uitgelegd: de buffer extra voorraad die een drukke week of late levering opvangt. Een eenvoudige berekening, met voorbeeld.

Voorraadbeheer

Voorraadbeheer simpel uitgelegd: weten wat je hebt, waar het ligt en wanneer je moet bestellen, zodat je niets mist en geen geld vastzet. Met voorbeeld.

Voorraadtelling

Voorraadtelling simpel uitgelegd: tellen wat er echt in het magazijn ligt en vergelijken met je administratie, hoe vaak, met een voorbeeld.

Ook relevant voor dit onderwerp

Andere onderwerpen

Klaar om BizBloqs op je eigen proces te zien?

Boek een demo en we lopen je magazijn- en orderstroom van begin tot eind door — inkomend, opslag, orderpicken, verzenden, retouren — en vertellen je eerlijk wat BizBloqs zou veranderen.

Twee vragen over je eigen operatie

Plan een demo