Locatiesysteem magazijn: zo zet je het op

Een locatiesysteem voor je magazijn bepaalt hoe snel een nieuwe medewerker een doos vindt, hoe vaak er verkeerd wordt gepickt en hoeveel van je vierkante meters je echt gebruikt. Toch groeit de indeling in veel bedrijven organisch. Er komt een stelling bij, iemand schrijft „achter de deur" op een etiket, en drie jaar later weet alleen de vaste magazijnmedewerker nog waar de reserveonderdelen liggen. Hieronder eerst de methode, daarna hoe je het in BizBloqs inricht.

Een locatiesysteem in het magazijn opbouwen, laag voor laag

Je magazijn indelen begint grof en wordt steeds fijner. De meeste magazijnen werken met vijf lagen.

Zone. Een deel van het magazijn met één functie: ontvangst, opslag, picken, expeditie, retouren, een gekoelde ruimte of een afgesloten kooi voor dure artikelen. De zone vertelt je wat er met goederen gebeurt, niet alleen waar ze staan.

Gang. Het pad tussen twee stellingrijen. Nummer gangen in de richting waarin je looproute gaat, dus vanaf de ontvangst of vanaf de pickstart.

Stelling. Een sectie binnen de gang, tussen twee staanders. Kies of je links en rechts apart nummert (oneven links, even rechts) of doorloopt. Oneven en even maakt een slingerroute door de gang makkelijk.

Niveau. De hoogte. Letters werken goed (A is de vloer, B de eerste ligger), omdat ze niet verward worden met de cijfers van gang en stelling. Houd hier ook rekening met de belasting. Volgens NEN-EN 15635 hoort op elke stelling een laadbord met de maximale belasting per ligger en per sectie, en laat je de stellingen jaarlijks inspecteren door een deskundige.

Vak. De exacte plek op dat niveau: een palletplaats, een bak of een schapvak.

Uit die vijf lagen volgt een code als B-03-02-C-1: zone B, gang 03, stelling 02, niveau C, vak 1. Een orderpicker die de logica één keer heeft gezien, loopt er blind naartoe.

Een vloerlocatie of een blokstapelplek heeft vaak geen stelling of niveau. Dat is prima. Niet elke tak in je magazijn hoeft even diep te zijn.

Regels voor goede magazijnlocaties

Elke code is uniek. Dat is de enige harde eis. Twee keer „A-01-01" in twee hallen betekent vroeg of laat een pick uit de verkeerde hal. Heb je meerdere gebouwen, zet dan een hal- of gebouwcode voor de rest. Wie zijn locaties extern wil delen, kan per gebouw of plek ook een GLN van GS1 gebruiken; GS1 staat toe dat een Global Location Number een fysieke plek binnen een gebouw aanduidt.

Vaste lengte en vaste posities. Gebruik voorloopnullen (03, niet 3). Dan sorteert een lijst goed en leest iedereen de code op dezelfde manier.

Geen tekens die op elkaar lijken. Laat O en I weg als niveauletter; ze worden met 0 en 1 verward, zeker op een versleten etiket.

Barcode op elke locatie. Een scanbare locatie-etiket bevestigt dat de medewerker op de goede plek staat. Hang het op een hoogte waar de scanner erbij kan, en bij hoge niveaus op de ligger met een pijl omhoog.

Leesbaar zonder systeem. Ook als de scanner leeg is, moet iemand de plek kunnen vinden.

Een voorbeeld uit de praktijk: een groothandel in installatiemateriaal verhuisde naar een hal met twee keer zoveel stellingen en nam de oude codes mee. Na een maand waren er drie locaties „R1-2", omdat het oude schema niet op de nieuwe gangen paste. De oplossing was niet harder werken, maar opnieuw nummeren met één schema voor het hele gebouw.

Pickvolgorde en looproute

Een locatiecode zegt waar iets ligt. De pickvolgorde zegt in welke volgorde een orderpicker de locaties afloopt. Die twee zijn niet hetzelfde. Gang 01 tot en met 10 in volgorde lijkt logisch, maar als de expeditie naast gang 10 ligt, loop je aan het eind van elke ronde het hele magazijn terug.

Leg daarom per locatie een volgnummer vast dat je looproute volgt, los van de code. Verplaats je later een stelling, dan pas je het volgnummer aan en niet alle codes.

Niet alleen de afstand telt. Zware dozen horen onderin de rolcontainer, glas bovenop. Wie eerst de bloempotten pickt en daarna de zakken potgrond, levert scherven af. Een goede pickvolgorde houdt dus ook rekening met wat het artikel is. Meer over de pickronde zelf lees je op de pagina over orderpicken en inpakken.

Vaste of vrije locaties

Bij vaste locaties heeft elk artikel altijd dezelfde plek. Medewerkers leren de plekken uit hun hoofd, en dat is snel. Het nadeel: de plek blijft leeg staan als het artikel op is, en bij seizoenspieken (Sinterklaas, Black Friday, de decemberdrukte) is er te weinig ruimte voor de grote volumes.

Bij vrije locaties zet je inkomende goederen op de eerste geschikte lege plek. Het systeem weet waar alles staat en stuurt de medewerker erheen. Je gebruikt je ruimte beter, maar zonder scannen en een WMS werkt het niet. Dat heet ook wel chaotische opslag.

De meeste magazijnen combineren het: vaste picklocaties voor de snellopers dicht bij de expeditie, en vrije bulklocaties hoger in de stelling of achterin, van waaruit je de picklocaties aanvult.

Hoe BizBloqs je locaties opbouwt

In de wms software van BizBloqs is de opbouw van locaties standaard. Het zit in elk pakket, in mkb, mkb+ en Enterprise; je hebt er geen module voor nodig.

Een boom zonder vaste diepte. Je legt het magazijn vast als boomstructuur: magazijn, zones, gangen, locaties. Hoeveel lagen er onder een zone hangen, bepaal je zelf. Een stellinggang met vijf lagen en een blokstapelvak direct onder een zone kunnen naast elkaar bestaan.

Zonetypes. Een zone krijgt een type, zoals ontvangst, expeditie, kwaliteit of bonded. In een kwaliteitszone zet je goederen die nog gekeurd moeten worden of geblokkeerd zijn. Een bonded zone is de plek voor goederen onder douanetoezicht; daarvoor is er ook de module douane-entrepot.

Onbeperkt eigenschappen per locatie. Maximale belasting, afmetingen, gekoeld, palletplaats of schapvak: je voegt zoveel eigenschappen toe als je nodig hebt.

Geen vast naamschema. BizBloqs schrijft je geen codeformaat voor. Je eigen schema blijft gewoon werken. De enige regel is dat elke locatienaam uniek is.

Pickvolgorde op artikeleigenschappen. Je legt een locatievolgorde voor het picken vast, en die kan rekening houden met eigenschappen van het artikel, zoals gewicht, breekbaar of stapelbaar. Zo komt het glas als laatste in de bak.

Artikelen en orders op locatie. Voorraad staat op locatie, en zowel picken als ontvangen gebeurt per locatie. De medewerker scant de locatie en het artikel, zodat het systeem weet dat het klopt.

Inlezen via een locatiesheet. Je hoeft niet honderden locaties met de hand in te voeren. Je vult een locatiesheet in met je zones, gangen en locaties en hun eigenschappen, en BizBloqs laadt die in. Bij een implementatie is dit een van de eerste stappen, ruim voordat de scanners op de vloer komen.

Een voorbeeld: een distributeur van tuinartikelen met één hal en een buitenterrein. De hal krijgt stellinggangen met niveaus en vakken. Het buitenterrein is een zone met alleen vloerlocaties voor pallets potgrond. De retouren gaan eerst naar een kwaliteitszone, waar ze worden beoordeeld voordat ze terug op voorraad komen. Alle drie passen ze in dezelfde boom, elk met de diepte die bij die plek hoort.

Werk je als logistiek dienstverlener met meerdere klanten in één hal, dan lees je meer op de pagina over opslag en distributie. Alle andere onderdelen van het WMS staan op de pagina met functies.

Wil je zien hoe jouw indeling eruitziet als boom in BizBloqs? Plan een demo in en neem je huidige plattegrond of locatielijst mee.

Hoe zet je een locatiesysteem in een magazijn op?
Begin met de indeling in zones, nummer daarna gangen, stellingen, niveaus en vakken in een vaste volgorde en maak van elke combinatie één unieke code. Leg vervolgens de pickvolgorde vast en label elke locatie met een barcode.
Wat is het verschil tussen vaste en vrije magazijnlocaties?
Bij vaste locaties heeft elk artikel altijd dezelfde plek. Bij vrije locaties zet je goederen op de eerste geschikte lege plek en weet het systeem waar alles staat. Vrije locaties benutten de ruimte beter, maar werken alleen met scannen en een WMS.
Hoe lang moet een locatiecode zijn?
Zo kort als het kan en zo lang als nodig. Een code van zes tot tien tekens met vaste posities per onderdeel is in de praktijk goed te lezen. Uniek zijn is de enige harde eis.
Moet de pickvolgorde de looproute volgen?
Meestal wel, maar niet altijd. Zware en stapelbare artikelen wil je vaak eerst picken en breekbare artikelen als laatste, zodat niets beschadigt in de bak of op de pallet.
Kost locatiebeheer extra in BizBloqs?
Nee. De opbouw van locaties hoort bij het standaard WMS en zit in elk pakket: mkb, mkb+ en Enterprise.

Klaar om BizBloqs op je eigen proces te zien?

Boek een demo en we lopen je magazijn- en orderstroom van begin tot eind door — inkomend, opslag, orderpicken, verzenden, retouren — en vertellen je eerlijk wat BizBloqs zou veranderen.

Twee vragen over je eigen operatie

Plan een demo